Asset 1
TWB vertelt

Hapje voor hapje

Marjolein van den Diepstraten Diëtist
Lees voor Stoppen

Met een gebogen hoofd komt Merel de spreekkamer binnen; haar ouders volgen op korte afstand. De spanning is meteen voelbaar. Na allen plaatsgenomen te hebben, vraag ik Merel hoe het gegaan is de afgelopen 2 weken. “Oh, best”, antwoordt ze. Haar lichaamstaal zegt echter totaal iets anders. “Ik heb het idee dat het best moeilijk voor je geweest is, klopt dat?” Merel haalt haar schouders op. Dan mengt haar vader zich in het gesprek. De eetlijst die ik voor Merel had gemaakt, blijkt ze maar gedeeltelijk te volgen. Haar vader vertelt dat hij laatst een aardappel in de plantenbak heeft gevonden en dat de hond opvallend vaak bij de voeten van Merel ligt tijdens de maaltijden. Merel kijkt fel uit haar ogen en wil de discussie aangaan. Ik laat haar even haar zegje doen en antwoordt dan rustig dat dit ‘de eetstoornis’ is die spreekt. Die wil niet dat Merel eet, dat ze aankomt in gewicht en dat ze weer gezond wordt. “Gelukkig is er ook nog een gezond stukje Merel, en die wil wel beter worden. Weet je nog waar je voor aan het vechten bent?” Ze kijkt me even kort aan en mompelt dan dat ze over een half jaar graag wil studeren en op kamers wil gaan. “Daar gaan we voor vechten Merel, de komende tijd. En vallen mag, als je maar weer opstaat!” Merel lijkt wat gekalmeerd en staat ervoor open verder te praten over wat er goed en minder goed gegaan is en wat we kunnen doen om dit makkelijker voor haar te maken. Een half uur later verlaten ze mijn spreekkamer. De weg is nog lang, maar het begin is gemaakt.

Als diëtist gespecialiseerd in eetstoornissen zie ik wekelijks meerdere eetstoornispatiënten. Jonge meisjes, maar ook volwassenen die vaak al een groot deel van hun leven een verstoorde relatie met eten hebben. De ene persoon eet te veel, de ander te weinig. De een compenseert, de ander kruipt na een eetbui onder de dekens en sluit zich af voor de buitenwereld. Een eetstoornis kan zich in vele vormen uiten, maar het eten op zich is zelden de oorzaak. Vaak is het vooral een manier om ergens mee om te gaan. De ene keer wordt de controle gezocht in (niet) eten, de andere keer is het juist een troost of een manier van omgaan met emoties. In de praktijk zie ik veel cliënten die aanvankelijk verwezen zijn voor diagnoses zoals maag- darmklachten, overgewicht, ondergewicht of vermoeidheid waarbij later blijkt dat het eetgedrag afwijkend is. Het grootste deel van de mensen met een eetstoornis heeft niet de klassieke eetstoornis zoals anorexia, boulimia of binge eating, maar valt hier een beetje tussen. Dan val je volgens de richtlijn niet precies in een bepaald hokje, maar dat zegt niks over de ernst van de eetstoornis!

Omdat een eetstoornis zo complex is, gaat de behandeling bij de diëtist vaak samen met begeleiding elders, bijvoorbeeld een psycholoog of GGZ-instelling. Juist door samen te werken met andere disciplines, bereik je vaak het meeste. Zo ben ik zelf aangesloten bij een eetstoornissenteam in de regio West-Brabant met kinderartsen, psychologen van de GGZ en de diëtist van het ziekenhuis. Als team behandelen we jongeren met een complexe eetstoornis. De meerwaarde hiervan heeft zich inmiddels al dubbel en dwars bewezen. De intensieve samenwerking werpt haar vruchten af en elke jongere met een eetstoornis die we op deze manier kunnen helpen, is weer een overwinning.

Merel heeft het geluk dat ze een sterk netwerk om zich heen heeft. Betrokken ouders, lieve vriendinnen en een school die haar de ruimte geeft om haar lesprogramma aan te passen zo lang als het nodig is. Dat betekent niet dat haar gevecht makkelijk zal worden, zeker niet. Maar ze staat er niet alleen voor. Of haar nieuwe opleiding over een half jaar haalbaar is, weet ik nog niet. Maar voor nu helpt dat doel haar om stapjes te maken. En met vele kleine stapjes samen wordt het bereiken van grote doelen haalbaar.

Tekstgrootte aanpassen
Taal aanpassen