Blog: De twee kanten van de thuiszorg

Als gepubliceerd schrijver zou het schrijven van een blog toch een eitje moeten zijn? Niet dus. Ik zit nu al een half uur te staren naar het scherm en te bedenken: “Wat ga ik jullie nou eens vertellen over het feit dat ik een boek geschreven heb?”

Misschien moet ik gewoon bij het begin beginnen. Wat is de aanleiding geweest óm een boek te gaan schrijven? In feite zijn dat de cliënten geweest. Toen ik net in de thuiszorg begon had ik geen vaste adressen. Ik reed met mijn autootje van hot naar her door de hele regio en werd ingezet waar ik maar nodig was. Je maakt van alles mee op die manier en sommige dingen blijven je bij en die vertel je dan elders wel eens. Uiteraard geanonimiseerd en wat vereenvoudigd of juist een beetje meer aangekleed.

Steeds vaker kreeg ik te horen: “Joh, jij zou een boek moeten schrijven, jij maakt zoveel mee!” Ik deed het vaak maar af met ja joh, en dan zo wegwuiven. Wie gaat dat nou lezen. Leuk dat ik dat zo kan vertellen, maar opschrijven? En toch, het zaadje was geplant. Ik ben dus gewoon begonnen. Ik heb geen cursus gehad, niets. Mijn kennis van de Nederlandse taal beperkt zich tot mijn eindexamen Havo en Googlen, maar als je iets graag genoeg wilt moet je er gewoon mee beginnen, de ene voet voor de andere, en het hoeft niet allemaal op één dag.

Toen het werk steeds zwaarder voor me werd was dat moeilijk te accepteren. Ik kon het heel lang niet toegeven, het voelde als falen. Joh, een jonge meid, niet zo zeuren, iedereen heeft wel eens wat. En zo ga je maar door.

Eenmaal in de ziektewet verandert je hele kijk op alles. Een aantal van jullie weet dat ik op kantoor heb gewerkt. Onder andere mocht ik op een werkstation naast de leidinggevenden een stukje vakantieplanning doen en heb ik geholpen met de nieuwsbrieven die uiteindelijk door Rian Vogels de ether ingestuurd werden. Ik keek ineens heel anders tegen hen aan: we waren gelijken, we hielpen elkaar. Dat was ik ook toen ik nog hulp was hoor, niemand is meer dan een ander, maar de manier waarop ik tegen ze aankeek was niet meer “die van kantoor”.

Het werk van de leidinggevende is meer dan een beetje de planning doen en af en toe een cliënt te woord staan en koffie drinken. Het is ook crisismanagement, boze mensen die je bellen proberen kalm te krijgen (wat niet altijd lukt!), besprekingen voorbereiden, functioneringsgesprekken voeren en nog zoveel meer. Ze hebben er echt een dagtaak aan, mijn hulp was zeer welkom.

En zo ging het ook met mijn werk. Ik was een hulp, en ineens zat ik op de andere stoel: die van de cliënt. Ik kon ook daar de andere kant van de medaille beleven. Ik kan je zeggen: “Je weet echt niet hoe dat voelt totdat je het zelf meemaakt.” En dus bleef ik schrijven, minder snel weliswaar omdat het lichaam nu eenmaal niet meer zo meewerkte, maar ik bleef schrijven. Ik wilde niet enkel de kant van de hulp belichten, maar ook die van de cliënt, en daarmee een kleine inkijk geven hoe die het beleeft om thuiszorg te ontvangen.

Het werk wat ik zo liefhad heb ik noodgedwongen vaarwel moeten zeggen. Ik zal het missen. Het contact met de mensen, en ook het contact dat ik met TWB heb gehad, zeker in de laatste jaren, want ik ben goed opgevangen. Het gevoel van falen is er nog steeds, maar ik weet: ik heb mijn best gedaan. Ik kan inmiddels zeggen: ik werkte voor TWB, en TWB werkt nu voor mij. En de thuiszorg zal altijd een plaatsje in mijn hart hebben, of ik het nu geef of ontvang.

Mijn boek “De thuiszorg, als hulp én als cliënt – Hypermobiel Ehlers-Danlos Syndroom veranderde mijn leven”, ISBN 9789463890793, is te koop bij uitgever Boekscout, bij Bol.com en in België bij Standaard Boekhandel. Tevens is het te bestellen in de boekwinkel. Hieronder lees je een klein stukje:

Ik werkte de volgende twee cliëntenhuizen af en toen was het tijd voor dé mevrouw. Ik bereidde me voor op het ergste toen ik bij haar, netjes op tijd, aanbelde.

“Oh hallo meisje, kom binnen. Jij bent de nieuwe hè?” “Ja mevrouw”, antwoordde ik terwijl ik mijn groene emmer en doekjes van de kar pakte, voor een hand geven was hier ook geen tijd tenslotte. “Mijn naam is Yvette. Ik ben deze week begonnen en ik mag een half jaartje invallen tot Marieke weer terugkomt.” “Joh laat staan die rommel. Kom eerst even gewoon binnen, laat me je eens bekijken.”

De dame met het perfect gekapte haar, ze ging iedere week naar de kapper vertelde ze me later, ging me voor en nam me keurend op. Ik keek bewonderend en hopelijk niet al te opvallend rond. Haar huis was vreselijk netjes. Er lag geen kleedje scheef, geen kommetje stond verkeerd en er was geen fotolijstje dat niet perfect gecentreerd hing ten opzichte van de andere zaken die aan de muur opgehangen waren. Er was zo’n ouderwetse bimbamklok die ieder half uur het mooiste geluid liet horen dat ik ooit uit een klok had horen komen. Je rook de centen, om het maar plat uit te drukken, maar alles was met zeer veel zorg en smaak ingericht. Duidelijk iemand die wist hoe het hoorde, uit een wat ouder rijk geslacht.

“Ga zitten meisje. Lust je een kopje thee?” Voordat ik het wist had ik ja gezegd en zat ik, zo goed als door haar neergeplant, op de keukenstoel. “Vertel eens lieverd, waar kom jij vandaan?” Was dit nu diezelfde dame waar ze me voor gewaarschuwd hadden?

Yvette Korpel